Menu algemeen
Agenda
- zondag 12 sep Eredienst
- zondag 12 sep Eredienst
- dinsdag 14 sep Kringen
- zondag 19 sep Geen dienst
- dinsdag 21 sep Studie
Overdenking
| Zendingsbeleid voor de EGL |
|
|
|
|
1 Uitgangspunten:
De algemene basis voor zending is gelegen in de liefde van God voor Zijn schepping en het priesterschap van alle christenen, die tezamen de universele gemeente vormen, het lichaam van Christus, waarvan Hij het Hoofd is en die krachtens Zijn bevel gehouden is het evangelie in de gehele wereld te verkondigen door woord en leven. De taak van de hele gemeente (zowel in plaatselijke als in universele zin) is de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus door woord en daad, met als doel discipelen te maken[1]. Elk gemeentelid heeft hieraan deel door de aan hem of haar door God gegeven gaven[2] in te zetten voor dit doel (“Gavengerichte Taakvervulling”). Voor verdere Bijbelse motieven zie eindnoten [3].
2 Begripsbepaling:
1.1 Wat verstaan we onder “zending”:
Onder zending verstaan we de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus door Woord en daad in die gebieden die geografisch, cultureel of anderszins buiten het bereik van de gemeente liggen. Eventuele dienstverlening moet ten dienste staan van de evangelieverkondiging, en dienstverlening moet een integraal onderdeel zijn van de evangelieverkondiging.
1.2 Wat verstaan we onder “zendeling”:
De hier genoemde kenmerken zijn niet bedoeld als check-list waaraan een (potentiële) zendeling moet voldoen, maar veeleer een leidraad om te praten over de motivatie. De voorwaarden waaraan een zendeling moet voldoen komen later aan de orde. De zendeling weet zich door God geroepen tot verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus in een gebied dat geografisch, cultureel of anderszins buiten het bereik van de gemeente ligt. De zendeling is hierdoor niet in de gelegenheid deel te nemen aan de activiteiten van de gemeente. De speciale aandacht die hierdoor is geboden voor de relatie tussen zendeling en gemeente is mede een reden voor dit beleid. In de activiteiten van de zendeling neemt de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus een centrale plaats in, en het doel is de (op-)bouw van het lichaam van Christus. De aard van de bediening kan verschillen, b.v. het geven van onderwijs, werkzaam zijn in een beroep (“tentenmaker”)[4] , werk in dienst van een lokale gemeente of anderszins. Er kan dus sprake zijn van directe (b.v. gemeente-stichting) of indirecte (“tentenmaker-principe”) vorm van evangelie-verkondiging Een christen die in het kader van een beroep werkzaam is in het buitenland is niet per definitie “zendeling”.
3 De plaats van de gemeente bij zending:
De gemeente dient actief bezig te zijn met (Behoeftegerichte) Evangelieverkondiging. De visie van de EGL is dat zij een gemeente is die mensen helpt Geest-vervulde, toegewijde discipelen van Jezus te worden. De richtlijnen hiertoe zijn in de EGL beschreven in de vorm van acht “kwaliteitskenmerken”. Specifiek t.a.v. de betrokkenheid bij zending geldt dat: De leiders gemeenteleden ondersteunen, motiveren en begeleiden opdat deze groeien in hun roeping als zendeling wanneer dit Gods plan is voor hun leven. (Toerustend Leiderschap); De gemeenteleden, die van God gaven blijken te hebben ontvangen voor zendingswerk, helpen deze gaven zo te ontwikkelen en in te zetten dat deze tot bloei komen (Gavengerichte Taakvervulling en Doelmatige Structuren); Gemeenteleden stimuleren hun gaven in te zetten voor het bereiken en begeleiden van ongelovigen, inclusief degenen die “buiten het bereik” van de gemeente zijn, en hierbij proberen aan te sluiten bij de vragen en behoeften van niet-christenen (Behoeftegerichte Evangelisatie). Zo is de gemeente op verschillende gebieden betrokken bij zending: 1.3 Stimulerend[5] 1.4 Zendend[6] 1.5 Biddend[7] 1.6 Ondersteunend[8]
4 De verantwoordelijkheden welke de gemeente draagt t.o.v. haar zendelingen: Deze kunnen worden onderverdeeld in: 1.7 Pastorale verantwoordelijkheid: de zorg voor het geestelijk welzijn van de zendeling;[9] 1.8 Facilitaire verantwoordelijkheid: de zorg voor praktische zaken zowel op het zendingsveld als bij vertrek en thuiskomst;[10] 1.9 Financiële verantwoordelijkheid: de zorg voor financiële ondersteuning van de zendeling.[11]
De wijze van ondersteuning van de zendeling en de reikwijdte ervan wordt, in overleg met de oudsten, de zendeling(e) en de eventuele organisatie die de zendeling(e) ondersteunt, vastgesteld voor een bepaalde termijn. De hoogte van een eventuele financiële bijdrage en eventuele voorwaarden worden schriftelijk vastgelegd. Minstens eenmaal per jaar vindt evaluatie plaats.
5 Voorwaarden waaraan een zendeling(e) moet voldoen:
1.10 Hij/zij dient in woord en daad blijk te geven wedergeboren en Geestvervuld christen te zijn. 1.11 Hij/zij weet zich door God geroepen tot Zijn dienst. 1.12 Deze roeping dient te worden ondersteund door andere wedergeboren christenen. 1.13 Hij/zij moet vaststaan in het geloof en met goede resultaten een erkende bijbelschool-opleiding hebben gevolgd, of over gelijkwaardige bijbelkennis en ervaring beschikken. 1.14 Hij/zij dient actief deel te nemen (of te hebben genomen) aan het leven en de arbeid van de gemeente.[12] 1.15 Hij/zij dient door God te zijn gebruikt om mensen tot Jezus te leiden.[13] 1.16 Hij/zij moet emotioneel stabiel zijn en zowel geestelijk als lichamelijk geschikt zijn voor de taak waarvoor hij/zij wordt uitgezonden. 1.17 Hij/zij dient in zijn/haar beroep (voor zover dit van toepassing is) een goede bedrevenheid te hebben bereikt.
6 Wijze van uitgaan:[14]
De zendeling(e) wordt uitgezonden door de gemeente. De aanleiding/roeping en de wijze van ondersteuning kan verschillen, zoals b.v.: 1.18 Op initiatief of verzoek van de gemeente of zendingsorganisatie 1.19 Via een zendingsorganisatie en met bevestiging van de gemeente. 1.20 Op eigen initiatief en met bevestiging van de gemeente.
7 De relatie tussen zendeling(e) en gemeente:
1.21 In het algemeen geldt dat de zendeling wordt beschouwd als lid van de gemeente, en voor hem/haar dezelfde “rechten en plichten” gelden als voor andere leden van de gemeente. Gezien de specifieke aard van de bediening van de zendeling geldt ten aanzien van de relatie tussen zendeling(e) en gemeente het volgende:
1.22 Van de zendeling wordt verwacht dat hij/zij: 1.22.1 Regelmatig correspondeert met de contactperso(o)n(en), de Zendingswerkgroep en andere personen in de gemeente. 1.22.2 De betrokkenheid van de gemeente met het werk dat hij/zij doet bevordert, en informatie doorgeeft aan de gemeente, b.v door middel van nieuwsbrieven of artikelen in het gemeenteblad. 1.22.3 De gemeente betrekt in zijn/haar voorbede. 1.22.4 De leiding van de gemeente betrekt in eventuele verandering van de aard van het zendingswerk. 1.22.5 Een open en eerlijk contact houdt met een vertrouwenspersoon over persoonlijke situatie/ervaringen.[15]
1.23 Van de gemeente mag worden verwacht: 1.23.1 Voorbede voor (het werk van)de zendeling. 1.23.2 Regelmatige correspondentie door contactperso(o)n(en), de Zendingswerkgroep en andere personen in de gemeente. 1.23.3 Tijdig doorgeven van relevante informatie. 1.23.4 Nakomen van de gemaakte afspraken. 1.23.5 Belangstelling voor het werk van de zendeling, en het bieden van gelegenheid tot het doorgeven van informatie.[16]
8 Relatie gemeente / zendingsorganisatie:
1.24 De oudsten van de gemeente en de Zendingswerkgroep moeten zich kunnen verenigen met de beginselen, doelstellingen en werkwijze van de organisatie die de zendeling ondersteunt en via welke de zendingskandidaat wordt uitgezonden. 1.25 De zendingsorganisatie geeft relevante informatie m.b.t. de zendeling, het werk dat hij/zij doet en evaluatie daarvan, door aan de gemeente. 1.26 Gemeente en zendingsorganisatie zullen als samenwerkende partners streven naar regelmatig contact met elkaar.
9 Taken en positie van Zendingswerkgroep en contactpersonen van zendelingen:
1.27 De Zendingswerkgroep: 1.27.1 Is samengesteld uit verschillende leden van de gemeente. 1.27.2 Doet voorbede voor degenen die namens de gemeente zijn uitgezonden. 1.27.3 Heeft een adviserende functie t.a.v. zaken die betrekking hebben op zendingswerk. Deze functie geldt zowel ten aanzien van de leiding van de gemeente als ten aanzien van de (aspirant-)zendelingen van de gemeente. 1.27.4 Bespreekt en evalueert regelmatig de ontwikkelingen m.b.t. de zendelingen en het werk dat zij doen. 1.27.5 Bevordert de betrokkenheid van de gemeente bij zendingswerk in het algemeen en bij de door de gemeente uitgezonden zendelingen in het bijzonder. 1.27.6 Ziet toe op het nakomen van met de zendeling of zendingsorganisatie gemaakte afspraken. 1.27.7 Is verantwoording en verslaglegging verschuldigd aan de leiding van de gemeente. 1.27.8 Neemt, wanneer zij hiertoe aanleiding ziet contact op met de leiding van de gemeente of de pastorale zorgverlening.
1.28 De contactperso(o)n(en): 1.28.1 Vertegenwoordigen de zendeling in de gemeente en evt bij zendingswerkgroep. 1.28.2 Doen voorbede voor de zendelingen die zij vertegenwoordigen 1.28.3 Bevorderen de betrokkenheid van de gemeente m.n. bij de zendelingen die zij vertegenwoordigen (b.v. door het doorgeven van nieuws) 1.28.4 Corresponderen regelmatig met de zendelingen. 1.28.5 Kunnen praktische taken voor de zendelingen verrichten.
Eindnoten en bijlagen:
[1]
[2]
. Bijbelse motieven voor wereldwijde zending (naar J.Verkuyl): [3]
In het oude testament vinden we verschillende motieven als fundering van de wereldwijde zendingsopdracht: Het universele motief: De God van Abraham, Izaak en Jakob, en die zich in de ontmoeting met Mozes laat aanspreken met de naam JAHWEH is de God van de hele wereld. Het motief van redding en bevrijding der volken: God is de redder van Israël en betrekt daarbij ook de andere volken. De volken zullen optrekken naar de berg de Heren (Jes 2:1-4; Micha 4: 1 Het missionaire motief: De verkiezing van Israël is niet een privilege dat Israël voor zichzelf mag houden, maar een roeping tot dienst, om onder de volkeren tot een teken te zijn van God als Schepper en Bevrijder (Jes 49:6, vgl Mat 5:14) Het antagonistisch motief: Diep verbonden met de voorgaande motieven is er ook de worsteling van God met de machten en krachten die zich verzetten tegen zijn bevrijdende en genadige heerschappij en herstel van de schepping.
Het nieuwe testament biedt van begin tot eind motieven voor zending. Enkele aspecten hiervan zijn: Jezus is de Redder der wereld. In Hem vinden de motieven uit het oude testament hun vervulling. Het heil waarvan de profeten spraken is in Hem nabij gekomen. De vloek en macht van de zonde wordt verbroken. In Hem is de reddende genade van God verschenen voor alle mensen (Joh 4:42; Luc 4:21; Titus 2:11 Maar tevens komen we overal in het nieuwe testament het verwachtingsmotief tegen als erop gewezen wordt dat het Rijk in Jezus gekomen is, maar dat de finale manifestatie ervan nog komende is. B.v. Mat 24:14: “En dit evangelie van het koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”. In Mat 28:18-20 komt de opdracht tot zending het meest nadrukkelijk tot uiting. Elementen hiervan zijn: De volmacht die aan Jezus is geschonken. Er is geen gebied, volk of cultuur die niet valt onder Zijn bevrijdend werk en heerschappij. De opdracht eropuit te trekken. Dit is zowel van betekenis voor de eigen omgeving als voor verre landen. Voor communicatie van het evangelie is altijd nodig de bereidheid om in gehoorzaamheid grenzen te overschrijden. De opdracht àlle volken tot Zijn discipelen te maken. Discipel worden is omgaan met Jezus, een lotgemeenschap met Hem aangaan in Zijn dood en verrijzenis en zijn gang naar de finale openbaring van Zijn rijk. En hen te dopen in de naam van de Vader de Zoon en de Heilige Geest. Het gaat er niet om een anoniem christendom te communiceren, maar om de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest bekend te maken. En hen te leren onderhouden alles wat Jezus geboden heeft. Dit omvat zowel Wet als Evangelie, beloften en eisen. Het is niet alleen een geven van informatie, maar tevens een inwijden in het leven met Jezus. De belofte van Jezus: “Zie, ik ben met U al de dagen tot aan de voleinding der wereld”. De Zoon des mensen gebruikt Zijn macht om bij de gemeente te zijn, haar te dragen, te besturen. Het is de Heilige Geest die de volmacht schenkt tot het bekrachtigen van de verkondiging met daden. Hij begeleidt de gemeente bij de vervulling van haar missionaire taak. De gemeente moest eerst de Heilige Geest ontvangen voor zij haar missionaire taak kon vervullen.
[4] . Paulus werkte als tentenmaker o.a. om in zijn onderhoud te voorzien. Het doel van zijn aanwezigheid was de verkondiging van het Evangelie. [5] . Mat 9:38 [6] . Hand 13:1-4 [7] . Efez. 6:18-20 [8] . Fill. 4:15+16; 1Tim 5:18; 2Tim 2:4
[9] . Pastorale en morele verantwoordelijkheid: Het is wenselijk dat voorafgaand aan de uitzending voor en/of door de zendeling een vertrouwenspersoon wordt gezocht die zich in bijzondere zin zal richten op pastoraal contact met de zendeling. Bij morele ondersteuning valt te denken aan vormen van bemoediging (b.v. door het meeleven te laten blijken uit gezamenlijke kaarten, belangstelling tijdens verlof etc.), maar ook aan vermaning (zie 1Thess. 5:12-15). . Facilitaire verantwoordelijkheid:
[10] Bij praktische zaken valt te denken aan bv: vervoer, huisvesting tijdens verlof, versturen van nieuwsbrieven, woningbeheer etc. In de praktijk kunnen veel van deze zaken worden geregeld door de thuisfront commissie. Tevens valt te denken aan het scheppen van voorwaarden voor (bij-)scholing
. Financiële verantwoordelijkheid:
[11] De gemeente kan zich in meerdere of mindere mate garant stellen voor (een deel van) het inkomen van de zendeling en in deze delen in het vertrouwen van de zendeling dat God zal voorzien. . Door het meewerken in de gemeente is praktijkervaring opgedaan en is de zendeling ook bekend onder de gemeenteleden, die zo ook de gelegenheid hebben de gaven van de zendeling te (h)erkennen.
[12] [13]. De zendeling hoeft niet per definitie de laatste schakel te zijn geweest in het proces waarin iemand tot de Heer is geleid, maar dient hieraan wel een concrete bijdrage te hebben geleverd. [14]. Algemeen geldt dat in de meeste gevallen de voorkeur zal uitgaan naar uitzending via een organisatie of ander samenwerkingsverband teneinde pastorale en facilitaire ondersteuning ter plaatse gestalte te kunnen geven. [15]. Vooral wanneer problemen in de persoonlijke sfeer zich voordoen kan het voor de zendeling moeilijk zijn hierover te communiceren. Echter juist in deze zaken is dit van essentieel belang, ook om de pastorale verantwoordelijkheid van de gemeente gestalte te kunnen geven.
. Bijvoorbeeld door de zendeling de gelegenheid te geven in de samenkomst te vertellen over zijn/haar werk of zich op andere wijze te presenteren in de gemeente (Prikborden etc.). [16]
|
Zending

